Onder een splinternieuwe pergola, heerlijk in de schaduw, rust mevrouw Pathuis uit. En dat mag ook wel, want een paar dagen eerder was het een drukte van jewelste. ‘Obers draafden af en aan, we genoten van een heerlijke maaltijd, het was een prachtig feest.’ Met genoegen kijkt mevrouw Pathuis terug op haar honderdste verjaardag. Voor deze gelegenheid was de Herbergier in Velp door haar kinderen omgetoverd tot een waar partycentrum. ‘De trap was versierd. Er werden liederen gezongen, er is piano gespeeld. Mijn kinderen hebben me geweldig verrast. Ze zijn hier allemaal zo aardig, geweldig hoor. Alle kinderen en kleinkinderen waren er en ook de burgemeester kwam nog langs. In mijn kamer hangen ook nog tekeningen van de achterkleinkinderen.’
Rustig door de gang gaat het, met de lift naar boven. Daar hangen inderdaad de tekeningen, met in kinderhandschrift Gefeliciteerd, lieve omi. In de boekenkast staan mooie titels. Gedichtenbundels van Slauerhoff en Vasalis, die beiden tevens arts waren. ‘Ik heb ook voor arts gestudeerd, in Amsterdam. Oh, ik heb een gezegend leven. We hadden een heerlijke jeugd thuis. We woonden toen op veel plekken, onder andere in Oosterbeek.’ Nu is het cirkeltje dan rond en mevrouw Pathuis geniet van haar dagen in Velp. In de grote achtertuin wandelt ze langs de bloemenperkjes en geniet ze van de grote volière. En de stoel onder de pergola lonkt alweer. Even uitrusten. Want wie honderd is, heeft geen haast meer.