Herbergier Bartlehiem in de Leeuwarder Courant

In de media
Jan de Gier

De Leeuwarder Courant maakt een mooie serie over 'hoe kwetsbare Friezen zichzelf redden'. In het derde deel volgt de krant de 98-jarige Mienk van der Hout die woont in Herbergier Bartlehiem en haar mantelzorger Mirjam van der Hout. Het gehele artikel is hier te lezen.

(Volledige onderstaande tekst is afkomstig van de website van de Leeuwarder Courant).

ZO REDDEN WE ONS: DENKEN AAN ZWEDEN

Iedereen moet sinds drie jaar langer zelfstandig thuis blijven wonen. Met hulp van mantelzorgers en de gemeente. De Leeuwarder Courant kijkt in 2018 hoe kwetsbare Friezen zichzelf redden. Vandaag deel 3: Mienk van der Hout (98) en haar mantelzorger Mirjam van der Hout. ,,Je kunt een oude boom verplaatsen, als je het met liefde en aandacht doet.”

‘Ik ben bang. Ik ben bang.” Het gaat niet goed met Mienk van der Hout. Ze ligt ’s middags in bed op haar kamer in Herbergier Bartlehiem in Wyns, een kleinschalig woonzorgcentrum voor mensen met geheugenproblemen. Haar gezondheid is de laatste week flink achteruitgegaan. Achternicht Mirjam van der Hout (66) houdt haar hand vast. ,,Dat hoeft niet. Ik blijf bij je tot vanavond. Denk maar aan alle goede herinneringen, aan Zweden, aan Anita, aan jezelf. Laat dat maar aan je voorbijgaan.”

Eerder op de dag heeft Mirjam van der Hout in haar woning in de wijk Aldlân in Leeuwarden uitgebreid verteld over haar 32 jaar oudere achternicht Mienk, een nicht van haar vader, met wie ze sinds haar twaalfde een klik heeft. Als ze aan die bijzondere band terugdenkt, dan wordt ze even emotioneel. ,,Dit had ik niet zien aankomen”, verontschuldigt ze zich. Ze droogt haar tranen en schudt haar hoofd. ,,Zo’n vrouw die zó zelfstandig is geweest zo te zien eindigen. Daar kan ik echt triest van worden.”

De in Amersfoort geboren en in Bilthoven opgegroeide Wilhelmina van der Hout vertrok in 1948 naar Zweden. Ze ging aan de slag als verpleegkundige in het academisch ziekenhuis Karolinska in Stockholm. ,,In Nederland vond ze weinig uitdaging, in Zweden had je als verpleegkundige veel meer verantwoordelijkheid. Ze wilde eigenlijk dokter worden.”

Foto: Mienk van der Hout (links) en zus Anita bij hun stuga (zomerhuisje) in Zweden.

In Nederland noemden ze haar Mientje, in Zweden konden ze dat niet uitspreken en sindsdien is het Mienk. Vijfenzestig jaar heeft ze er gewoond. Voor een groot deel samen met haar zus Anita. Na de dood van haar oudere zus werd het leven in Stockholm minder. ,,Vrienden en mensen die ze daar kende waren overleden of niet meer in staat voor haar te zorgen. Ze begon te vereenzamen.” De ongehuwde Mienk had alleen familie in Nederland. ,,Bewust heeft ze ervoor gekozen om naar Nederland te komen. Je kunt een oude boom verplaatsen, als je het met liefde en aandacht doet.”

In 2013 vonden ze voor Mienk een plek in de serviceflat Aldlânstate, dichtbij achternicht Mirjam en haar man Robert en achterneef Leonard en zijn vrouw Martien uit Zwolle. ,,We hebben altijd goed contact gehouden, ze logeerde hier minimaal twee weken per jaar. We zijn heel veel samen opgetrokken. Ik heb nog met dolfijnen gezwommen op Tenerife, met haar. Ze wilde graag mee, nota bene op haar vijfentachtigste. Ze was heel reislustig, dol op opera en natuur, altijd zorgzaam voor anderen.”

Ruim vier jaar heeft Mienk in Aldlânstate gewoond. Leonard en Martien kwamen vaak langs in weekeinden en vakanties, Mirjam en Robert waren er door de week. Ze deden de boodschappen, hielpen met douchen, gingen met haar naar De Harmonie en namen haar mee naar de Waalse kerk aan de Grote Kerkstraat. In Zweden was ze heel actief geweest voor de remonstrantse kerk. ,,Naar de kerk gaan is er nu niet meer bij. We bidden soms met elkaar, zeggen samen het Onze Vader op.”

Met steeds meer hulp van de thuiszorg en een vrijwillige ,,gezelschapsdame” van Humanitas ging dat een aantal jaren goed. Maar de jaren gingen tellen en Mienk kon steeds minder goed alleen zijn. ,,Ze had geen overzicht meer op de dagelijkse dingen. Ze was helder op medisch gebied, op financieel gebied, en leefde ook mee, maar over normale bezigheden als aankleden en eten was ze elke keer onzeker.” Op een gegeven moment werd duidelijk dat Mienk dementerend was en uiteindelijk 24 uur per dag zorg nodig had. ,,In zo’n serviceflat zoeken de goeien elkaar op, maar degenen met een mindere gezondheid vereenzamen. Als haar mantelzorgers er niet waren, zag ze behalve de thuiszorg niemand.”

Mienk werd geïndiceerd voor een beschermde woonplek voor mensen met geheugenproblemen. Zo kwam ze een kleine vier maanden geleden terecht bij de Herbergier in het buurtschap Bartlehiem. Ze knapte er aanvankelijk op. ,,Niet te vergelijken met waar ze vandaan kwam, een totaal andere aanpak.” In de Herbergier mag Mienk alles in eigen tempo doen, opstaan wanneer ze wil. In de gemeenschappelijke ruimte worden allerhande activiteiten gedaan, van een lezing tot samen spelletjes doen, piano spelen of kleuren met een vrijwilliger. Een tovertafel in de zitkamer daagt de bewoners uit. Koken gebeurt gezamenlijk, wie wil mag helpen. Binnen luieren katten, buiten lopen kippen en pony’s. ,,Ze doen er gewoon de dagelijkse dingen, allemaal heel relaxed en liefdevol.”

Foto: De Herbergier in Bartlehiem

Sinds Mienk in Bartlehiem verblijft, konden Mirjam en Robert, die allebei nog aan het werk zijn en twee zoons en zeven kleinkinderen hebben, het even een beetje rustiger aan doen. Minimaal een keer in de week komen ze er elk nog. ,,We waren ook wel moe van al die jaren intensiteit. Alleen al over die verhuizing in Zweden kun je wel een boek schrijven. We hebben alle spullen moeten opruimen, ook die van haar zus. Zestig fotoalbums sorteren, best wel moeilijk. Tja, zo’n confrontatie was het, loslaten...”

Mirjam heeft ook nog een moeder van 91 die mantelzorg nodig heeft. Haar moeder zat in een verpleeghuis in Voorburg en is in december ook verhuisd naar een Herbergier, in Steenwijkerwold. ,,Daar ga ik morgen op bezoek.” Dan krakt ze ineens door de stoel. Een stuk plakband verraadt dat de stoelpoot het al eens eerder heeft begeven. ,,Dat wist ik niet”, zegt ze, terwijl ze vluchtig om zich heen kijkt. ,,In huis moet van alles gebeuren, daar kom je niet aan toe. Ach, dat zij zo.”

Foto: Marcel van Kammen: Mienk en haar mantelzorger Mirjam in de Herbergier in Wyns, met op de achtergrond Judith Visser.

In de Herbergier heeft Mienk 24 uur zorg. Ze huurt er een kamer en kan de eerstkomende jaren rondkomen. De huurprijs is afhankelijk van het type kamer, Mienk heeft een ‘middenkamer’. Zorgkosten worden grotendeels door de overheid betaald. Mienk maakt gebruik van een rollator, een bril en een gehoorapparaat. Niet alle medische kosten worden vergoed. Ze is overgestapt naar zorgverzekeraar De Friesland. ,,Je moet wel, De Friesland heeft contracten met de apothekers en zorgaanbieders in de buurt. Het idee van een vrijemarktwerking is heel beperkt. Als je bij een verzekeraar zit die weinig actief is in deze regio, kun je vaak alleen via extra omwegen iets krijgen. Bijvoorbeeld incontinentiemateriaal, dat moest bij haar vorige verzekeraar uit Maastricht komen en je had eerst goedkeuring van je huisarts nodig.”

Van openbaar vervoer heeft Mienk in Nederland nooit gebruikgemaakt. Mirjam wel. Ze rijdt geen auto en is heel blij dat er nog een belbus van Arriva rijdt tussen Bartlehiem en Leeuwarden. ,,De Opstapper is fantastisch, in Overijssel hebben ze die niet meer. Zonder belbus had Mienk niet in Bartlehiem kunnen wonen.” Nu het slechter gaat met hun achternicht, komen Mirjam en Robert weer frequenter in Bartlehiem.

Waar de angsten vandaan komen, weten ze niet precies. Mogelijk is er sprake van een delier, verwardheid die ontstaat door achterliggend lichamelijk ongemak. ,,Toen ze naar Nederland kwam had ze bossen medicijnen bij zich. Op basis van bloedonderzoek bleek ze eigenlijk niks nodig te hebben. Drie jaar heeft ze geen medicijnen gehad. Ooit heeft ze darmkanker overleefd en ze heeft haar eigen tanden nog, ondanks de hongerwinter! Zó’n sterke vrouw”, mijmert Mirjam. ,,Maar ja, 98, het is ook een respectabele leeftijd.”

Gewoon doen

Judith en Oeds Visser runnen Herbergier Bartlehiem in Wyns sinds 2010. Het kleinschalige zorgcomplex staat op de plek van een oude melkfabriek, waar een grote schoorsteenpijp nog aan herinnert. Ze wonen met hun gezin tegen het complex aan en houden de voorziening voor mensen met een vorm van dementie draaiende met hulp van 29 personeelsleden (vijftien fte) en een aantal vrijwilligers. Er zijn zeventien kamers voor zeventien bewoners. Specialiteit van de gastheren volgens hun website: gewoon doen.