‘In onze Herbergier volgen we het ritme van de bewoners’

Herberglier Vlijmen
Uit de huizen

In 2050 hebben naar schatting ruim 620.000 mensen in Nederland dementie – zo blijkt uit cijfers van Alzheimer Nederland. Hoe vinden we voor al die mensen een fijne woonplek, waar ze 24/7 passende zorg krijgen? Om aan de oplossing bij te dragen, heeft De Drie Notenboomen in het hele land Herbergiers geopend: kleinschalige woonvoorzieningen voor ouderen met geheugenproblemen. We spraken met Jan van den Berg, die samen met zijn vrouw Hester een Herbergier in het Brabantse Vlijmen runt.

De Drie Notenboomen is de grootste franchiseorganisatie in de Nederlandse zorg. Hun doel: gezondheidszorg persoonlijker, leuker en goedkoper maken. Dat doen ze onder andere door Herbergiers te openen, die worden geleid door een ‘zorgkoppel’. Een succesformule: vijftien jaar geleden opende de eerste locatie haar deuren, inmiddels zijn er 47 in heel Nederland. Binnenkort gaat het concept zelfs de grens over – er komt een locatie in Duitsland, en eentje in Noorwegen.

Hester (61) en Jan (65) van den Berg runnen sinds acht jaar een Herbergier in Vlijmen. Beiden werkten al jaren in de zorg: Hester als verpleegkundige, Jan als directeur van een verzorgingstehuis. ‘Ik zeg altijd: er is maar één waarheid, en dat is de werkvloer. Ook toen ik directeur was, stak ik m’n handen uit de mouwen en had ik veel contact met bewoners. Dat persoonlijke aspect maakt de zorg ook zo’n mooie sector.’

Team van deskundigen

In hun Herbergier is plek voor achttien bewoners. Zoals gebruikelijk, wonen Jan en Hester er zelf ook. ‘Wij zijn het vaste gezicht, niet alleen voor onze bewoners maar ook voor familieleden. We zijn hun eerste aanspreekpunt, ze vertrouwen ons en kunnen bij ons terecht met vragen.’ Naast Jan en Hester werken er in Vlijmen 25 medewerkers: verzorgenden IG’s, maar ook koks, schoonmakers en huiskamermedewerkers. Voor specialistische medische verzoeken kunnen Jan en Hester terecht bij een Specialist Ouderengeneeskunde en de huisarts uit het dorp.

Zelf keuzes maken

‘We hebben maar één doel, en dat is onze bewoners ondersteunen bij alles wat ze niet meer zelf kunnen’, vertelt Jan. ‘Bij de Herbergier hebben we het niet over “cliënten”. We kijken altijd naar de persoon die we voor ons hebben, niet naar de ziekte.’

Iedereen die in een Herbergier woont, heeft een eigen dagprogramma binnen een algemene structuur. Jan legt uit: ‘We volgen het ritme van de bewoners, zij bepalen zelf hoe ze hun dag inrichten. Natuurlijk, sommige dingen moet je voor ze beslissen. Maar alle keuzes die ze nog kúnnen maken, die leg je bij hen. Hoe laat ze willen opstaan, bijvoorbeeld. En of ze meedoen aan een activiteit.’

Die keuzevrijheid, dat is echt waar de Herbergier voor staat. ‘Natuurlijk stimuleren we onze bewoners om dingen te ondernemen. Maar als ze iets niet willen, dan hoeft dat niet. Zo gingen we vanochtend zingen met onze muziektherapeute. Een van onze bewoners doet liever niet mee, maar kijkt graag van een afstand toe. Daar geniet ze enorm van. Prima toch?’

De deuren zijn open. Ook voor bewoners

De Herbergier heeft een opendeurenbeleid – iets wat volgens Jan in elke zorginstelling de norm zou moeten zijn. ‘Je mag bewoners nóóit opsluiten. Dat zorgt alleen maar voor verwarring, zéker bij mensen met geheugenproblemen.’ Het idee: als je de deuren openhoudt, blijven de bewoners onderdeel van de samenleving. ‘Voor de veiligheid zit er op elke deur wel een alarm’, vertelt Jan. ‘Gaat dat af, dan checken we even waar de bewoner in kwestie heengaat. De een kan best in z’n eentje de wijk in, de ander niet meer. Is dat laatste geval wandelen we gewoon even mee – voor ons is een frisse neus ook goed!’

Kleine groepen, veel aandacht

Zo’n persoonlijke benadering kán ook, dankzij het kleinschalige karakter van de Herbergier en de inwonende zorgondernemers. Die kleinschaligheid is ontzettend belangrijk, legt Jan uit. ‘Zo kunnen we zorg op maat bieden. Activiteiten doen we ook het liefst in kleine groepjes: wandelen in de Drunense Duinen, een bezoekje aan de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. Juist als we maar met een paar zijn, krijgt elke bewoner de aandacht die hij of zij verdient.’

Die kleinschaligheid zie je in de hele organisatie terug. ‘Heb je een verzoek, dan zijn er geen managementlagen waar je je doorheen moet worstelen. Problemen worden snel opgelost, ook als er bijvoorbeeld iets gerepareerd moet worden. Kijk, een lampje indraaien, dat kan ik als atechnische man ook nog wel. Maar voor ingewikkeldere zaken staat er – gelukkig – in no-time een monteur of klusjesman op de stoep.’

Hart voor de zorg

Minder managementlagen, betekent méér budget voor handen op de vloer. Dat verklaart waarom er bij de Herbergier relatief veel personeel is: er werken gemiddeld vijf medewerkers op achttien bewoners. Maar er is volgens Jan nog een reden dat er bij de Herbergier geen personeelstekort is. ‘Wij nemen ook mensen aan zonder zorgopleiding. Júist omdat we heel ervaren professionals in ons team hebben, kunnen we daarnaast mensen met minder ervaring aannemen. Die leiden we zelf intern op. Een goede zorgmedewerker heeft een hart voor mensen, en geeft echt om onze bewoners’, voegt Jan toe.

Ondersteund door familieleden

De deuren van de Herbergier staan ook open voor vrienden en familieleden. Als mensen nog zelfstandig wonen komen naasten ook op bezoek. In de Herbergier is dat niet anders, het is immers thuis voor de bewoners. Daarnaast is er een Familiecommissie: vijf familieleden die Jan en Hester ondersteunen bij hun dagelijkse werkzaamheden. Ze helpen met koken, doen de financiën en houden andere familieleden op de hoogte van wat er speelt in Vlijmen.

Fijn thuis

Het succes van de Herbergier-formule blijkt wel uit de lange wachtlijst. ‘Dat is best moeilijk, want het liefst zouden we iedereen helpen’, zegt Jan. ‘Helaas kan dat niet – juist omdat we onze kleinschaligheid willen behouden. Het enige wat wij kunnen doen, is nieuwe Herbergiers openen, en aan zo veel mogelijk mensen met geheugenproblemen een fijn thuis bieden. En dat is dan ook wat we doen!’

Delen: