Ode aan de werkers in de zorg

Uit de huizen
Laura van Elst

In zijn boek ‘Zullen we nog een dansje maken?’ observeert Ad van Deurzen het reilen en zeilen in ‘Huize Zorgvliet’, ook wel bekend als Herbergier Velp. Zijn vrouw Roos is sinds 4 jaar woonachtig bij zorgondernemers Wim & Nicolette van Bavel. Ad komt er dagelijks over de vloer en beschrijft in zijn boek op pakkende wijze een aantal van de gasten, maar laat bovenal ‘de werkers in de zorg’ aan het woord. Waar zij vandaan komen en hoe zij er toe zijn gekomen in ‘Huize Zorgvliet’ te gaan werken. “Maar vooral laat het zien hoeveel zij ervoor terugkrijgen”, zo schrijft Ad in zijn inleiding.

Lees hier een passage uit het boek. De illustraties in het boek zijn gemaakt door Ads vrouw, Roos van Deurzen. Meer informatie of het boek bestellen? Ga naar www.dansjemaken.nl

Meneer en mevrouw De Gooijer (beiden 77) hebben ieder hun eigen plaatsje aan tafel. Zij komen uit Helmond en wonen nu bijna 1 jaar in Huize Zorgvliet. Hij heeft de ziekte van Parkinson, zij Alzheimer. Een complexe combinatie die stressvolle momenten oproept. Zowel voor de betrokkenen als voor de andere bewoners. In overleg met huisarts en familie is een verbeteringstraject ingezet en zijn de medewerkers geïnstrueerd. Dat werpt inmiddels vruchten af. Een nieuw evenwicht dient zich aan.

Medewerkers in de zorg

“Elke nieuwe medewerker moet hier zijn (of haar) weg vinden. Hoe gaan hier de dingen, en wie is wie als we het over de bewoners hebben. Want waar gaat het uiteindelijk om? Dat de bewoner zich hier veilig en thuis voelt. Dat vraagt van elke medewerker, naast  verzorgende en huishoudelijke vaardigheden, vooral inlevingsvermogen (met een moeilijk woord: empathie). 

Omdat ik hier in Huize Zorgvliet rondloop vanaf uur nul, kan ik elke nieuwe medewerker snel en goed inwerken. Dat doe ik door in het begin vooral de dingen samen te doen. Bepaalde handelingen gaan ze gemakkelijk af, andere vinden ze moeilijk. Ik zeg dan: probeer die laatste het snelst te leren. Dan loop je hier binnen de kortste keren fluitend rond.

En wat de bewoners betreft, vertel ik ze, ga met ze om alsof het je eigen oma is.

Het geluk van mijn leven

Aan het woord is ‘de klusjesman’, medewerker Eduard: 

“Ik ben nu 54. Over twee weken ben ik jarig. Ik ben getrouwd en heb twee kinderen, een zoon en een dochter. Op mijn 16e ben ik gaan werken. In een bakkerij. Na 6 jaar verloor ik die baan. Werkeloos. Tot ik aan de slag kon bij een schoonmaakbedrijf. Daar heb ik zo’n 25 jaar keihard moeten werken. Tot ik via via hoorde dat ze bij de opening van Huize Zorgvliet, nu 7 jaar geleden, een klusjesman zochten in de zorg. Dat is het geluk van mijn leven geworden. Een wereldbaan! Waarvoor ik nog betaald kreeg ook. Intussen gaat het allang niet meer om klusjes. Het is mensenwerk geworden: de bewoners, de families, de collega’s. En dat in een werkomgeving waar iedereen zichzelf kan blijven. Voor mij ongekend.

Alleen, dat steeds weer afscheid moeten  nemen van de bewoners en hun families. Waarmee je jarenlang bent omgegaan. Die je beter kent dan je grootmoeder. Daar word ik steeds weer verdrietig van.”