Later op de avond hadden ze besloten toch nog even een kopje thee te drinken samen.
Een van de dames was al gaan zitten en de ander sjouwde nog even met wat stoelen. βWat ben je aan het doen?β vraagt Bep aan Mien. Waarop Mien antwoord: βik ben een stoel voor je aan het zoekenβ. Bept kijkt met opgetrokken wenkbrauwen even naar Mien en zegt: βmaar Mien ik zit toch al op een stoel?β. Waarop Mien antwoord: βJij weet het toch ook altijd beter hΓ©β. Beide dames halen even hun schouders op en verwelkomen een heerlijk kopje thee.
π»ππ»