De rozentuin van mijn vader

Artikel bewoner Jac - in rozenprieel close-up.
Uit de huizen

In de Herbergier komen regelmatig mooie wensen van bewoners uit. Zo ook in Herbergier De Maashorst, dat sinds de start in 2019 wordt gerund door Cas en Judith van der Sande. Soms gaat het om iets kleins, soms om iets dat raakt aan wie iemand altijd is geweest. Voor bewoner Jac betekende dat: opnieuw kunnen tuinieren. Zijn dochter Mariska Verheijen vertelt hoe haar vaders passie voor rozen een bijzondere plek kreeg in de tuin van de Herbergier.

‘Sinds het najaar van 2025 woont mijn vader in Herbergier de Maashorst in Zeeland (N-B)’, vertelt dochter Mariska. ‘Hij heeft de diagnose dementie, maar wie hem nu tussen zijn rozen ziet staan, ziet vooral iemand die volop in het leven staat.

Tuinieren is zijn grote passie. Waar hij ook woonde, er ontstond een tuin naar zijn hand: doordacht en met oog voor vorm en kleur. Er kwam altijd wel weer een nieuw project bij: een vijver, een BBQ-huisje, een terras of een volière. Toen mijn vader in Portugal woonde, legde hij eigenhandig een prachtige rozentuin aan met slingerende klinkerpaadjes. Rozen zijn altijd zijn lievelingsbloemen geweest.

Toen hij ging kijken bij Herbergier De Maashorst, gaven de grote, mooie tuin en de vrije, open ligging de doorslag. Wat de Herbergier bijzonder maakt, is dat er niet in de eerste plaats naar de diagnose wordt gekeken, maar naar de mens. Wat kan iemand nog? Wat wil iemand graag? En hoe geef je daar ruimte aan? Bij mijn vader betekende dat: een rozentuin.

Hij kreeg de ruimte om een ontwerp te maken op een leeg stuk terras voor het raam van zijn kamer. Onder zijn leiding bouwden zorgondernemer Cas en mijn broer een grote houten pergola. Daarna hielpen Cas, mijn man en ik mee om tegels weg te halen en kuilen te graven. Vervolgens kwam er vruchtbare aarde in de grond en gingen de rozen erin: planten die mijn vader samen met Cas had uitgezocht en gekocht bij een kweker. Hij wist precies welke kleuren hij wilde en welke soorten goed bij elkaar zouden staan.

Wat me het meest raakt, is dat dit niet zomaar een activiteit voor hem is. Het is een verantwoordelijkheid die hij krijgt én neemt. Hij is niet iemand die geholpen wordt met tuinieren; hij is zelf de ontwerper. Hij maakt de keuzes en verzamelt de mensen om zich heen om zijn plan uit te voeren. Dat is precies waar de Herbergier voor staat: niet de dementie centraal zetten, maar de persoon. Iemand laten zijn wie hij is.

Nu staat er een rozentuin die zijn handschrift draagt. Elke dag geeft hij de rozen water; dat is zijn vaste ritueel geworden. En het werkt: de planten groeien inmiddels al tot aan het dak van de pergola. Ook de andere bewoners genieten van deze plek: een stukje tuin dat met zorg en liefde is aangelegd en wordt onderhouden, en waar iedereen plezier aan beleeft.

Mijn vader kennende wordt dit niet zijn laatste project in de tuin. Zodra de Herbergier er klaar voor is, komt hij vast weer met een nieuw plan!’

Delen: