Schillen in de stilte van de polder

Gisteravond zat ik met een van onze bewoners aan de grote tafel in de woonkeuken. We zeiden eigenlijk niets. Terwijl de wind om de hoeken van de herenboerderij gierde, schilde hij met een uiterste precisie een appel. Het is een handeling die hij al tachtig jaar verricht, een spoor in zijn geheugen dat dieper ligt dan de mist van de dementie. In die stilte, tussen het geluid van het mesje op de schil en het verre tikken van de klok, besefte ik weer hoe zwaar de strijd is die u als partner of kind voert voordat u hier bij ons over de drempel stapt.

Er wordt vaak gesproken over 'overdragen', alsof u een pakketje bij ons aflevert en de verantwoordelijkheid stopt. Maar dat is een illusie. Het proces van loslaten is geen eenmalige handeling; het is een voortdurend schuren tussen schuldgevoel en opluchting. U geeft niet alleen de zorg uit handen; u geeft de regie over het dagelijks leven van degene die u het meest nabij is weg aan vreemden. Dat vraagt een bijna onmenselijk vertrouwen. Bij de Herbergier proberen we dat vertrouwen te beantwoorden met protocollen r door simpelweg aanwezig te zijn. 

In de Hoeksche Waard is de horizon weids, en die ruimte gunnen we onze bewoners ook binnen deze muren. Menselijke waardigheid zit hem niet in een vlekkeloos medisch dossier, maar in de vrijheid elke dag te beginnen wanneer je wakker wordt en de tuin in te lopen als de polderlucht je roept. We kunnen de ziekte niet wegnemen, en het verdriet om wat verloren is gegaan evenmin. Wat we wel kunnen, is de ruis weghalen. Zodat er weer ruimte ontstaat voor die kleine, wezenlijke momenten, zoals die man met zijn appel. Het is geen oplossing voor het onvermijdelijke, maar wel een manier om de mens achter de diagnose zichtbaar te houden, ook als de woorden het laten afweten.

Zuster Joke