Als voormalig manager in de zorg kent Erna van Bussel de zorgwereld van binnenuit. Jarenlang werkte zij met mensen met niet-aangeboren hersenletsel en dementie. Toen haar moeder – en later haar zwager – in een Herbergier kwamen wonen, ervoer ze zelf hoe warm, kleinschalig en persoonlijk de zorg daar is. In een openhartig interview deelt Erna haar ervaringen als professional én als mantelzorger, en vertelt zij wat het wonen in De Herbergier voor haar zo bijzonder maakt.
'Mijn moeder woonde vijf jaar geleden in Herbergier Almen en had vasculaire dementie,' vertelt Erna. 'Vanuit mijn werk als manager in de zorg was ik bekend met de verpleeghuiswereld; ik werkte veel met mensen met niet-aangeboren hersenletsel en dementie. Daardoor kende ik de achtergronden: ik wist wat mogelijk was, maar ook waar vaak tekortkomingen zaten.
Voordat mijn moeder naar De Herbergier verhuisde, woonde ze eerst zelfstandig en daarna in een verzorgingshuis. De kennis en ondersteuning daar vielen ons als familie tegen. Samen met mijn twee zussen en broer – allen met affiniteit met de zorg – gingen we op zoek naar een plek die beter bij haar aansloot.
Mijn zus werkt bij het Thomashuis in Apeldoorn, een liefdevol thuis voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Deze zorgformule valt onder dezelfde franchiseorganisatie als De Herbergier. Zo kwamen wij in aanraking met het concept en voelden meteen: dit is anders. De zorg was persoonlijk, warm en op maat, met veel aandacht voor zowel mijn moeder als voor ons als mantelzorgers. Mijn moeder bracht haar laatste levensfase met veel plezier door in Herbergier Almen, wat ons als familie veel rust en vertrouwen gaf.'
Later kwam ook je zwager in De Herbergier wonen. Hoe is het proces daarnaartoe gegaan?
Twee jaar geleden verloor mijn zwager Maarten (78) plotseling zijn vrouw tijdens een vakantie in Costa Rica. Het was een ingrijpende en emotionele gebeurtenis. Ik ben hem daar gaan ophalen. Hij heeft verschillende ziektebeelden, waaronder COPD, en was al kwetsbaar.
Destijds woonde hij in een groot huis in Hoofddorp, vlak bij Schiphol. Na zijn terugkomst hebben we geprobeerd het thuis zo goed mogelijk te organiseren, met ondersteuning van het eigen netwerk en thuiszorg. Mijn man en ik zijn Maartens wettelijk vertegenwoordigers; hij heeft zelf geen kinderen. Omdat ik met pensioen ben, kon ik veel tijd besteden aan mantelzorg en hem ondersteunen.
Al snel merkten we dat hij verder achteruitging, vooral in zijn kortetermijngeheugen. ’s Avonds was hij soms zomaar de deur uit en raakte de weg kwijt. We zijn toen met een tag gaan werken om hem te kunnen volgen.
Wanneer werd duidelijk dat Maarten niet meer zelfstandig kon wonen?
Afgelopen maart kreeg hij een zware longontsteking en griep, waardoor hij op de IC belandde en daarna in een revalidatiecentrum terecht kwam. Na deze periode verslechterde zijn kortetermijngeheugen beduidend. Daar kregen we te horen: ‘Hij kan niet meer thuis wonen.’
Hij verdwaalde soms zelfs in het revalidatiecentrum. Onderzoek bevestigde dat zelfstandig wonen niet langer verantwoord was. Toen vroegen we ons af: wat is passend qua zorg als zijn geheugen nog niet extreem problematisch is, maar hij wel meerdere ziektebeelden heeft?
Hoe verliep het besluitvormingsproces? Was dat lastig?
Maarten zag zelf ook in dat verhuizen noodzakelijk was. Toen hij nog thuis woonde, moesten wij bijna permanent bij hem zijn. Hij had al een aantal ongelukjes gehad en zei op een gegeven moment zelf: ‘Dit kan gewoon niet meer.’ Dat hij dit zelf inzag, maakte de overgang veel makkelijker. Na het overlijden van zijn vrouw zette hij de knop om en nam hij afscheid van zijn voormalige huis. Hij vertrouwde ons als gevolmachtigden volledig, wat veel rust gaf.
Maarten gaf aan dat hij graag bij ons in de buurt wilde wonen. Dat was voor mijn man en mij ook prettig. Eerst nam Maarten tijdelijk bij ons in huis intrek; ons kantoor werd omgebouwd tot zijn eigen plek.
Vanwege de achteruitgang en zorg die steeds intensiever werd, oriënteerden we ons verder. Maarten zei zelf: ‘In De Herbergier zou ik wel willen wonen.’ Jaren geleden was hij namelijk samen met zijn vrouw bij mijn moeder op bezoek geweest in Herbergier Almen. Toen hadden ze allebei gezegd: ‘Als dit ons ooit overkomt, zou De Herbergier een hele mooie woonplek zijn.’
We bekeken de mogelijkheden bij Herbergier Almen, Olst en Steenwijk. Omdat Olst het meest dichtbij was en de plek meteen goed voelde, besloten we dat dit de juiste locatie zou zijn. Eerst zijn we kennis gaan maken met zorgondernemers Esther en Justus. Bij Maarten gaat het vooral om het aangetaste kortetermijngeheugen; hij heeft geen Alzheimer. Er werd echt gekeken naar zijn persoonlijke situatie en wat voor maatwerk ze konden bieden.
Op een gegeven moment belden Esther en Justus dat er een plek beschikbaar kwam, precies toen ik met Maarten was. We dachten allebei meteen: geweldig!

Hoe hebben jullie de overgang naar De Herbergier ervaren?
Sinds augustus 2025 woont Maarten in Herbergier Olst. Voor ons voelde het vanaf het eerste moment als een warm bad. We werden hartelijk ontvangen en hadden meteen een ongelooflijk leuke klik met de ondernemers. Ook het team van medewerkers is enorm betrokken; dankzij het grote aantal medewerkers en vrijwilligers is er volop ruimte voor persoonlijke aandacht.
Maarten zelf zei direct: ‘Dit voelt helemaal goed.’ Omdat hij gek is op vliegtuigen en bij KLM heeft gewerkt, vond hij het moeilijk om zijn voormalige woonplek in Hoofddorp achter te laten. Daarom hebben we zijn appartement helemaal ingericht met vliegtuigen en herinneringen aan zijn werk, zodat het meteen vertrouwd aanvoelde.

We hebben twee jaar lang intensief voor Maarten gezorgd en veel met hem meegemaakt, dus we konden en wilden niet direct alles uit handen geven. Mijn man Robert helpt af en toe met klussen bij De Herbergier. We steken onze handen graag uit de mouwen, en dat wordt ontzettend gewaardeerd door de ondernemers.
Hoe is het nu in De Herbergier? Kun je iets vertellen over de dagelijkse activiteiten en zorg die Maarten krijgt?
Het gaat heel goed met hem. De zorgprofessionals fungeren als een persoonlijke agenda voor Maarten en begeleiden hem gedurende de dag. Ze volgen zijn ritme en ondersteunen waar nodig. Hij noemt het zelf een ‘vijfsterrenhotel.’
Hij ontbijt, luncht en dineert met de andere bewoners. Het ontbijt is meestal rond 9 uur, maar hij mag ook om 10.30 uur in zijn ochtendjas of joggingpak aanschuiven. Het mooie is dat er altijd ruimte en vrijheid is. Alles is goed. Als hij in een sociale bui is, doet hij graag mee met sjoelen of muziek- en beweegactiviteiten. Vooral het bewegen in het clubhuis vindt hij fijn; het is voor hem een soort fysiotherapie.
Bij elke bewoner is altijd iemand van het team aanwezig of in de buurt. Ze koken samen, ondernemen activiteiten en zitten echt naast de bewoner om persoonlijke aandacht te geven. Het is geen afstandelijke zorg, maar écht contact en samenzijn. Dat voel je in alles.
Maarten heeft zijn auto weggedaan en rijdt nu in een 45-kilometerautootje. Af en toe doet hij zelf boodschappen en op woensdag gaat hij altijd langs bij het repair café van mijn broer.
Hoe voel jij je, nu je dierbare in De Herbergier woont?
Het geeft ons rust en vertrouwen. Als mijn man en ik langskomen, is het altijd geweldig. Net als in Almen is er veel oog voor de mantelzorger. Er wordt altijd gevraagd: ‘Hoe gaat het met jullie?’ Dat voelt heel fijn. We gunnen iedereen zo’n warme en veilige woonplek voor hun naaste.
Zijn er momenten waarop je je betrokken voelt bij het dagelijks leven van je familielid?
Absoluut. Familienet wordt actief gebruikt: twee keer per dag verschijnen er berichtjes of foto’s. Zo zie ik Maarten meedoen met muziek- of beweegactiviteiten, en als familie kunnen we hier ook op reageren.
We zijn er drie tot vier keer per week en bellen dagelijks om even de dag door te nemen. Dat is een gewoonte geworden. Soms nemen we hem mee naar vrienden, en hij ontvangt zelf ook bezoek in De Herbergier. Hij onderhoudt nog steeds veel sociale contacten, al worden dat er natuurlijk minder naarmate iedereen ouder wordt.

Wat zou je andere families aanraden die een woonplek voor hun naaste overwegen omdat zelfstandig wonen niet meer lukt?
Ga vooral zelf kijken en ervaar de sfeer van de locatie. Praat met andere families; dat kan heel behulpzaam zijn. Laat je goed informeren over het concept en de financiële mogelijkheden, zoals het lagere CAK (eigen) bijdrage-tarief en de kamers voor mensen met een AOW-inkomen. Het geeft rust om te weten dat je naaste in zulke goede handen is.
Ben je op zoek naar een woonplek voor jouw naaste met dementie? Bekijk dan: Locaties | Herbergier
