Die ene vraag raakt de kern van wat dementie met families doet. In dit openhartige interview vertelt Nienke over haar vader André, die sinds 2024 in Herbergier Doetinchem woont. Ze deelt hoe de diagnose dementie hun leven veranderde, hoe het besluit voor een nieuwe woonplek tot stand kwam en wat het wonen in een Herbergier betekent voor zowel haar vader als voor haarzelf. Een eerlijk en herkenbaar verhaal, met waardevolle inzichten voor iedereen die voor vergelijkbare keuzes staat.
Wanneer werd bij jouw vader de diagnose dementie gesteld?
In mei 2024 belde de huisarts met de vraag of we als familie langs wilden komen voor een gesprek. We hadden al gemerkt dat onze vader geestelijk achteruitging, maar konden het nog niet goed plaatsen. De huisarts deed een test en stelde de diagnose dementie. Mijn vader was toen net 90 jaar.
Mijn moeder overleed zeven jaar vóór de diagnose van mijn vader. Hij redde zichzelf alleen nog redelijk, maar alles ging wel steeds moeizamer. Zo raakte hij bijvoorbeeld wekelijks de weg kwijt bij de fysiotherapeut en kon hij zijn dag niet meer zelf organiseren. Dat was moeilijk om te zien.
Op advies van de huisarts zijn we gaan kijken naar een nieuwe woonplek. Ze zei: ‘Nu heb je nog de kans om te kiezen.’ Mijn vader stond daar ook achter. Hij ontkende zijn situatie niet en wilde vooral weten hoe zijn ziektebeeld en proces zich verder zouden ontwikkelen.
Wat waren voor jullie de belangrijkste redenen om voor de Herbergier te kiezen?
Mijn vader woonde in Dinxperlo, en ik in Zoetermeer. Om het weekend kwam ik bij hem logeren. Via Google Meet hadden we elke dag contact. Als ik hem online zag en merkte dat hij ongelukkig was, raakte me dat enorm. Hij zei regelmatig: ‘Ik weet niet of ik het hier nog wel red.’ Daarmee bedoelde hij: ‘Hoe krijg ik de dag voor elkaar?’ Dat vond ik heel lastig.
In zijn voormalige woonplaats was alleen een ouderwets verpleeghuis, waar hij absoluut niet heen wilde. Dat gaf ons als familie ook richting: dit wilden we hem niet aandoen. De huisarts vertelde dat haar eigen moeder in een Herbergier woonde. Ik ben zelf verpleegkundige, dus ik kende het concept al vanuit mijn werk.
We bezochten verschillende locaties, maar het belangrijkste was: mijn vader moest zichzelf er zien wonen. Bij Herbergier Doetinchem voelde het meteen goed. Voorafgaand aan de kennismaking zijn we al door de wijk gelopen om de omgeving te verkennen. Gerrie, zorgondernemer van Herbergier Doetinchem, stond al bij de deur op ons te wachten. Het huis is gevestigd in een prachtige oude school. Toen mijn vader binnenkwam, begon hij direct te glimlachen. Hij hield altijd al van geschiedenis, musea en oude gebouwen.
De grote woonkeuken sprak hem enorm aan. Hij miste thuis de reuring en het gezinsgevoel. Hij houdt van lezen en werd zichtbaar blij van mensen om zich heen die ook bezig waren.
Hoe verliep de periode richting de verhuizing?
Samen met mijn vader zijn we zijn spullen gaan uitzoeken. Hij kreeg een grote kamer, dus veel van zijn vertrouwde spullen konden mee. Hij is een liefhebber van kunst, en gelukkig was er genoeg ruimte om al zijn kunstwerken mee te verhuizen.
In augustus hoorden we dat er een plek was, en in september verhuisde mijn vader. Dat was even slikken. Toen kwam het besef: dit wordt nu heel echt. Voor mij, maar ook voor mijn vader. Het opruimen van zijn huis was confronterend. Alles gaat door je handen. Dat doet veel.
Hoe was de overgang naar de Herbergier?
Dat verliep heel goed. Mijn partner en ik hebben samen zijn kamer opgeknapt. We werden enorm welkom ontvangen door alle medewerkers. Eén van hen zei meteen: ‘Als je vader komt, dan werk ik. Dan kan ik hem helpen met inhuizen.’ Dat voelde heel warm.
Zijn kamer is prachtig geworden: een nabootsing van zijn voormalige huis, met alles wat hij gewend was. Toen wij na het inhuizen weggingen, vond hij dat moeilijk. Dat gold ook voor onszelf.
Op de eerste dag at hij meteen mee in de gemeenschappelijke woonkamer, samen met andere bewoners. Later vond hij het dat soms ook moeilijk, omdat zijn medebewoners een soort spiegel voor hem zijn. Mijn vader gaat momenteel zelf ook hard achteruit en heeft geregeld hallucinaties. Hij is wat knorriger dan voorheen, wat ook hoort bij zijn proces.
Namen onthouden van anderen vond hij altijd heel belangrijk. In de Herbergier heeft hij zich er meteen op toegelegd om iedereen bij naam te kennen. Dat was heel goed voor hem. Zo leerden de medewerkers hem ook echt kennen zoals hij is. Het is een hele vriendelijke, oude man. Een echte lieverd. Ik ben blij dat anderen hem zo ook hebben leren kennen.
Hoe zou je de sfeer en de zorg in de Herbergier omschrijven?
Alle medewerkers zijn heel open. Dat vind ik ook het belangrijkste. Natuurlijk is de kundigheid van de zorgprofessionals heel waardevol, maar ook de rust die ze uitstralen. Iedereen kent mij en mijn partner en we voelen ons altijd welkom.
Er is een vast maandprogramma. Voor een deel kan mijn vader daar nog aan meedoen. Gym vindt hij leuk en muziek ook, al is hij kritisch op sommige genres. De medewerkers spelen daar goed op in. Mijn vader houdt erg van klassieke muziek. Via een theater in de buurt hebben ze een bezoekvriend voor hem geregeld die met hem naar klassieke muziek luistert en daar met hem over praat. Dan heeft hij een heerlijke dag. Het is heel mooi dat dat kan.
Er is ook een psycholoog voor hem geregeld; iemand die met hem in gesprek gaat en de tijd neemt om naar hem te luisteren. Dat doet hem heel goed.
De zorg is heel persoonsgericht. Medewerkers houden goed in de gaten waar hij ondersteuning bij nodig heeft. Voor iedere bewoner is er een andere benadering. Toen mijn vader in de Herbergier kwam wonen, vroegen ze meteen hoe hij aangesproken wilde worden. Iedereen noemt hem André en gaat respectvol met hem om.
Hoe vindt jouw vader het wonen in de Herbergier?
Hij heeft het bewust door, al wisselt zijn stemming. Hij vindt iedereen aardig en is graag in contact. Tegelijk is zijn frustratie over het dementieproces groot. Hij zit graag op zijn kamer, maar ik zie hem ook steeds vaker aansluiten in de gemeenschappelijke woonkamer.
Vanuit de Herbergier wordt veel georganiseerd om bewoners in contact te brengen met de samenleving. Met carnaval bijvoorbeeld, of met bezoek van kleine kinderen. Dat is fantastisch en zorgt echt voor verbinding.
Hoe ervaar jij jouw betrokkenheid als dochter?
We hebben een WhatsApp-groep met mijn broer, mijzelf en een verpleegkundige van de Herbergier. Er wordt veel gecommuniceerd en ik kan altijd bellen. Dat voelt heel veilig.
Ik ga elke week bij mijn vader langs. Laatst zei hij: ‘Als ik niet meer weet wie jij bent, blijf je dan wel komen?’ Natuurlijk blijf ik komen. De Herbergier is ook voor mij een vertrouwde plek geworden.
Ook voor ons als familie is er veel aandacht. Bij aankomst wordt er standaard gevraagd: ‘Eet je mee?’. En toen ik het in de beginfase wel eens moeilijk had, vroegen medewerkers de dag erna hoe het met míj ging.
De familiebijeenkomsten die worden georganiseerd zijn heel fijn. Je hoort zoveel herkenbare verhalen. Bijvoorbeeld bij ‘kletspraat’, een miniworkshop waarbij je met andere naasten in gesprek gaat over onderwerpen als gedragsverandering. Mijn vader is niet meer zoals ik hem ken, en dat herkennen andere families ook.
Welk advies wil je andere mantelzorgers meegeven?
Wacht niet te lang met de stap naar een nieuwe, passende woonplek. Doordat mijn vader in een relatief goede fase naar de Herbergier ging, hebben ze hem leren kennen zoals hij was. Dat is zo waardevol.
Veel mensen vragen zich af of het niet te vroeg is om naar een nieuwe woonplek te zoeken. Je neemt besluiten voor iemand anders, en dat is soms lastig. Bij de Herbergier kregen wij juist het gevoel: het is goed dat hij hier is.
Stimuleer ook mensen uit de vertrouwde omgeving om te blijven komen. Oude buren, kennissen, de pedicure die hem altijd verzorgde – zij komen nu ook naar de Herbergier. Dat vindt mijn vader fijn.
Hetzelfde geldt voor vertrouwde spullen van thuis. Mijn vader heeft steeds meer behoefte aan foto’s. Samen fotoboeken van vroeger doorbladeren, al is het voor de derde keer. Het zorgt voor rust en verbinding. Ik ben heel dankbaar voor de stap die we hebben gemaakt, en voor de plek waar mijn vader nu is.
Ben je op zoek naar een woonplek voor jouw naaste met dementie? Bekijk dan: Locaties | Herbergier